De lichte heropleving van de transportsector in de vorige herfst was veeleer technisch en te danken aan de heraanleg van bepaalde voorraden dan aan een structurele toename van de vraag. De stijging van de activiteit die wij sinds maart meemaken, lijkt eerder ondersteund te worden door structurele factoren, maar het is een broze heropleving, die in grote mate zal afhangen van het vertrouwen van de verbruiker. Hoeft het dan ook te verbazen dat de bedrijfsleiders, ook die van de transportsector, sinds kort optimistische, ja zelfs triomfalistische lofzangen durven aan te heffen ?
Op Belgische schaal is er een groot risico dat het vertrouwen van de verbruiker gaat afbrokkelen (zelfs veel meer sinds een beruchte en/of beroemde donderdag 22 april). Gelukkig maar kan het Belgisch wegvervoer rekenen op een stevigere activiteit van minstens twee van onze belangrijkste economische partners. Er zijn bij het begin van de crisis zelfs tijdelijke oververhittingen van de vrachtbeurzen geweest op een relatie als België-Duitsland.
Wij krijgen daarnaast de bevestiging dat elke toename van de transportactiviteit eerst opgevangen moet worden door veranderlijke middelen (huren of onderaanneming). Wij hebben eerder al geschreven dat wij zes tot negen maanden zullen moeten wachten tussen de structurele heropleving van de transportmarkt en de herneming van de investeringen in materieel. Een prognose die wij durven aanhouden nu die heropleving eindelijk doorbreekt.
Tenzij een extern evenement als - kies zelf maar - een vulkaanwolk of een nieuwe speculatieve storm op een lidstaat van de Europese Unie haar vleugellam zou maken. En dan maar hopen dat dat land nooit België zal zijn. Het is in dat verband dan ook de hoogste tijd dat bepaalde politici (ik wil hier het woord politieke figuren niet gebruiken) van dit land de vergankelijkheid van hun strijdje onder de klokkentoren inzien.
Claude Yvens,
Hoofdredacteur
| 28/05/2010 | Claude Yvens