Na meer dan een jaar zware crisis kijken de verdelers van vrachtwagens nog steeds uit naar de heropleving van de verkoop. Gelukkig is de naverkoop weer op een redelijk peil gekomen, wat de netten toch helpt het hoofd goed boven water te houden. Voor de rest is het al uitstel van investeringen dat de klok slaat, maar een stopzetting van activiteiten is er niet van gekomen.
Vorig jaar waren de bestelboekjes rond dezelfde tijd al leeg, maar werd toch een aardig aantal voertuigen geleverd. Het waren dan vooral multiassige zware vrachtauto’s, waar de prijs van het koetswerk dikwijls hoger ligt dan die van het onderstel. Bij de concessiehouders bleef het peil van de facturering min of meer redelijk. Sinds het einde van de zomervakantie van 2009 gaat het in alle marktsegmenten even slecht. Een opklaring is niet meteen in zicht.
Naverkoop op een mooi peil
Wij hebben de Belgische concessiehouders half-april ondervraagd over hun activiteiten op de vier volgende vlakken: verkoop van nieuwe voertuigen, onderhoud, verkoop van onderdelen en verhuring. De schaal van de antwoorden schommelde van 1 (“zeer slecht”) tot 5 (“uitstekend”).
Zonder verrassingen is het de verkoop van nieuwe voertuigen die hekkensluiter is, met een gemiddeld resultaat van 2,32. De meeste commentaren onderstrepen het mooie peil van de vragen naar inlichtingen, maar het lage peil van de daadwerkelijke bestellingen. De lente en de zomer van 2010 worden duidelijk nog twee seizoenen waarin er veel gezaaid zal moeten worden om weinig te oogsten. De eerste structurele tekenen van een heropleving van de wegtransportmarkt zijn nochtans reëel, maar het is nog zeker zes maanden wachten tot die heropleving zich ook zal uiten in een reële stijging van de verkoop.
De activiteiten onderhoud en verkoop van onderdelen daarentegen halen respectievelijk een resultaat van 3,89 en 3,58 (4 betekent “goed”). De geleidelijke verbetering van de transportmarkt heeft duidelijk meer voertuigen op de weg gebracht. Ze gaan vandaag de dag terug naar de werkplaatsen, die zij sinds het eerste kwartaal van 2009 verlaten hadden. Die mooie resultaten lijken er ook op te wijzen dat de verleiding te bezuinigen op de onderhoudskosten en de vervanging van versleten onderdelen naar de achtergrond is verdwenen.
De voorbodes van een echte herneming zijn echter broos. Het activiteitspeil in de huurvloten bijvoorbeeld haalt een zwak resultaat van 2,69, heel wat slechter dan een resultaat van 3 of “neutraal”. Nu lijkt het logisch dat het huren, soepeler dan de aankoop, als eerste zijn voordeel zou halen uit een verbetering van de markt. Laat ons maar besluiten dat de mening van de concessiehouders heel anders is dan de indrukken uit recente contacten met “echte” verhuurders, waar de bezettingsgraad fel is verbeterd.
Zeer actieve constructeurs
Niettegenstaande de crisis zijn alle officiële verdelers en servicepunten er nog steeds. Niet het minste faillissement of stopzetting van activiteiten. De enige sluiting is die van Scania Doornik, een filiaal van Scania Belgium, waar men niet gewacht heeft op het einde (noch zelfs het begin) van de werken voor de toekomstige vestiging van Peruwelz. De vestiging van Cuesmes-Mons daarentegen zet haar activiteiten voort in afwachting van de transfer naar Peruwelz. De eerstesteenlegging zou nog dit jaar gebeuren, maar de opening verwachten wij niet voor de tweede helft van 2011.
Andere investeringen zijn uitgesteld. Nog steeds bij Scania gaat het project van een nieuwe vestiging in Huizingen de koelkast in. In Luik wordt de investering van de groep Verviers Pneus op Liège Logistics eveneens uitgesteld tot betere tijden (de eerste fase van het project, nl. het servicestation, de bandencentrale en de bewaakte parking zal een paar dagen na de verschijning van deze Truck Dealers geopend worden). In het tweede geval is niet alleen de crisis de oorzaak. Het zeer vernieuwend concept van multimerken concessie (dat wij in ons nummer 17 voorgesteld hebben) slaat immers moeilijk in bij de merken zelf.
Hier speelt meteen een andere doorslaggevende factor van dit jaar 2010 een rol. Op 31 mei 2010 vervallen inderdaad de eerste “post BER” contracten, die de onafhankelijke verdelers een zekere vrijheid hadden gegund. Het zou echter totaal anders kunnen uitdraaien, aldus ook Stéphane Willemart (Koan): “Voortaan is er een strikte scheiding tussen de reglementering voor de verkoop en de dienst na verkoop. Wat de verkoop aangaat, verlengt men de huidige reglementering tot 31 mei 2013. Na die datum zal er geen specifiek reglement meer zijn voor de autosector, maar wordt het algemeen reglement van toepassing. Wat de naverkoop betreft, zijn er alleen nog een aantal positieve stappen ten voordele van de verdelers, o.m. op het gebied van de onderdelen en de verplichting dat de constructeurs alle technische informatie moeten geven aan alle herstellers, ook al zijn ze niet erkend. Voor de rest zal de versie 2010 van de contracten een forse stap terug betekenen.” Het “multimerkisme”, dat in de wereld van de vrachtwagens niet echt wijd en zijd verspreid is, wordt dus geofferd op het altaar van de hogere belangen van de constructeurs.
Uitgestelde investeringen
De nieuwe investeringen zijn minstens voor een goed jaar uitgesteld. De investeringen die voor het begin van de economische crisis weren gepland, zijn wel afgerond, zij het soms met een zekere vertraging ten opzichte van de oorspronkelijke planning. In een paar weken tijd zagen wij de opening van de gloednieuwe garage van Frederix in Heusden (zie onze volledige reportage in dit nummer), de renovatie van Garage Aerts in Mechelen, de opening van de vierde garage van Kant in Olen (opening half-mei), de verhuizing van Spillier-Decock Gent naar Desteldonk en de opening van de tweede garage van de familie Antoine in het Groothertogdom Luxemburg, vlak bij de snelweg naar Frankrijk. Een ander initiatief, al valt het een beetje buiten het strikte kader van de vrachtwagennetten: de samenwerking van de groep Nebim en Jans JRS voor een multimerken servicepunt in Genk.
Op stapel staan verder nog de opening tegen einde dit jaar van ATE in Neufchateau en in 2011 van Stoll (Renault Trucks) in het Groothertogdom Luxemburg. Naast de twee investeringen die Scania al lang gepland had in Huizingen en Peruwelz melden alleen twee onafhankelijke DAF-verdelers grote werken (Lavrijsen in Geel en De Plecker-Pauwels in Steenhuffel). Universal Trucks Henegouwen zal ook investeren in de opfrissing van zijn onthaalzone en zijn kantoren.
Ten slotte zijn er wat activiteiten bij de erkende herstellers. Bij MAN wordt garage Lacrosse weer opgenomen in de officiële lijst. Garage Miers doet haar intrede in het net van Mercedes-Benz en twee servicepunten verlaten het Iveco-net, nl. Dépannage Etienne in Aarlen en GMJ in Kraainem. Iveco wil nochtans zijn servicenet voor de Daily uitbreiden en zijn servicenet voor het zware gamma in Wallonië versterken.
Bij Volvo Trucks hebben de twee vestigingen van Van Houdt hun statuut van verdeler kwijtgespeeld aan de nieuwe garage van Kant in Olen, maar zij blijven zorgen voor de dienst na verkoop. Nog steeds bij MAN worden de verkoopactiviteiten in de Ardennen (dus bij ATE, Godefroid en WTS) voortaan overkoepeld door Guy Perin, een ancien van het DAF-net.
Je kan dus vaststellen dat de crisisperiode (nog) geen nieuwe hergroeperingen in de netten met zich heeft meegebracht. De enige merkbare evoluties zijn de overname van Billiet door de groep Cammaert en van Jerry Spillier door MAN West-Vlaanderen, om er MAN Brugge van te maken.
Maar het uur van de waarheid valt wel bij het einde van de crisissen. Het zou echter ten zeerste verbazen dat de merken zouden laten knabbelen aan de dichtheid van het territorium, waaraan zij soms jaren gewerkt hebben om het op stapel te zetten. Verschillende invoerders hebben onlangs plannen afgewerkt om hun netten te herstructureren. MAN als eerste, vermits de nieuwe algemeen directeur, die nu gekend is, in Kobbegem een beetje stabiliteit zal moeten brengen. Het interview met Phil van Haarlem (MAN Region West) op de website
www.truck-business.com laat daar geen twijfel over bestaan.
| 31/05/2010 | Julie Widart