| |
|
|
|
Analyse van de balansen in 2010 : de reserves zijn vaak op !
|
|
|
De analyse van de financiële balansen in 2010 der Belgische transporteurs komt mooi op tijd, nu er misschien een tweede economische crisis het hoofd opsteekt. Je kan ook niet anders dan vaststellen dat niet alle bedrijven erin geslaagd zijn weer gezond te worden in wat een overgangsjaar zal blijven.
2009 was het jaar van alle dalingen, maar 2010 is helaas niet het jaar van alle verhogingen geweest. De schuld daarvan ligt bij een pijlsnelle inflatie en voor de transporteurs in de brandstofprijs. Tot daar de grote macro-economische gegevens. Maar de verschillende parameters bewijzen vooral dat veel ondernemingen er in 2010 niet in geslaagd zijn zich structureel te versterken.
Methodologie
Analyse van 4.081 balansen (Nacebelcode 49410 en paritaire commissie 140), verdeeld als volgt:
- 2.459 kleine ondernemingen (C - omzet < 750.000 euro,
- 1.099 middelgrote ondernemingen B: C.A. < 3 miljoen euro
- 641 grote ondernemingen (A: C.A. > 3 miljoen euro)
Mooie stijging van de omzet
Gedragen door een stijgend BBP (+ 2,3%) en de Duitse dynamiek, is de omzet 10,74% toegenomen. Niet genoeg om de daling van 2009 (- 14,18%) goed te maken, maar de sector kan wel terug de nodige middelen vinden om weer op het peil van de jaren 2006/2007 te komen.
Voor de toegevoegde waarde is de evolutie grotendeels gelijkaardig, al is er weer het probleem dat de kleine ondernemingen er niet hun voordeel bij halen. Zowel hun globale omzet als hun toegevoegde waarde blijven helaas ongeveer 2% dalen.
In de sector zelf zal elk procent BBP 4,6% stijging van de omzet “gegeven” hebben, maar slechts 1,1% toegevoegde waarde. Het eerste cijfer bewijst terdege de voortdurende invloed van een vergroting der volumes en een verhoging van de transportprijzen (zij het in de meeste gevallen onvoldoende). Het tweede slaat de spijker nog dieper en wijst erop dat de transporteur het enorm moeilijk heeft om de steile stijging van bepaalde posten van hun kostprijs in toom te houden.
Het verschil tenslotte tussen de stijging van de toegevoegde waarde en die van de inflatie lijkt positief te zijn voor de sector (+ 2,6% tegen + 2,3%), maar de tendens keert om als je de gemiddelde index van de kostprijs van het ITLB (2,6% tegen 5,65%) als basis van vergelijking neemt.
Rentabiliteit opnieuw positief
Waar de post “brandstof” bijvoorbeeld moeilijk te controleren (en vooral aan te rekenen) is gevallen, is het personeelsbeheer vrij goed verlopen. In de loop van 2010 is het aantal chauffeurs slechts 1,7% gestegen en het gebruikte personeel 1,6% gedaald. Die maatregelen hebben borg gestaan voor een grotere productiviteit (toegevoegde waarde per personeelslid in dienst) van 2,4%. Wat de daling van 4,2% in 2009 echter niet heeft goedgemaakt.
De weerslag van die verschillende factoren op de rentabiliteit van de bedrijven is zeer uiteenlopend geweest. Globaal bekeken is de toestand zeer licht verbetert vergeleken met 2009, vermits de verhouding winst/omzet steeg van 0,15 tot 1,21 en het percentage bedrijven die een winst na belasting boekten gestegen is van 57,7 tot 62%. Maar die cijfers blijven een heel stuk onder de laatste vijf jaren (het percentage positieve resultaten bedroeg in 2007 zelfs 75,9%). Opmerkelijk zijn nochtans eens te meer de positieve resultaten van de grote ondernemingen: 69% positieve resultaten in de grote bedrijven, 66,4% in de middelgrote bedrijven en 57,8% in de kleine bedrijven.
Hetzelfde onevenwicht met de totale winst van de drie categorieën ondernemingen is duidelijk: ze stijgt 14,1% in de kleine bedrijven, 43% in de middelgrote bedrijven en... 2800% in de grote bedrijven. Toch even zeggen dat juist de grote ondernemingen hun winst het meest zagen dalen in 2009, maar zij deze keer ruim bijdragen tot het positief resultaat van de sector.
Het positief resultaat blijft evenwel onder dat van de jaren 2006/2007. De gemiddelde stijging van de eigen middelen is in 2010 dus bijzonder klein: + 0,22%, na een daling van 0,13% in 2009. Maar in de “vette jaren” zijn de gemiddelde eigen middelen 5 tot 15% per jaar gestegen.
De wijzigingen in het kapitaal gelden slechts voor een klein aantal ondernemingen: 1,1% heeft het kapitaal verhoogt en 0,5% verkleind.
Wat de kredietwaardigheid betreft, bevestigt de sector zijn broosheid. De gemiddelde kredietwaardigheid verlaagt van 34,63 tot 34,05, na een eerste daling in 2009. Als je uitgaat van het principe dat een gemiddelde ratio van 30 een eis van de banken is voor alle kredietlijnen, is dat geen slecht resultaat. Minder vrolijk is de vaststelling dat het percentage bedrijven die de 30 niet halen nog altijd 48,5% bedraagt. Eén van de twee transporteurs heeft er dus alle belang bij andere argumenten voor te leggen om te kunnen investeren. De toestand is echter minder zorgwekkend dan in 2005, toen meer dan 56% van de transporteurs minder dan 30 kredietwaardigheid konden voorleggen. En het krediet was in die tijd makkelijk te krijgen...
En 2012?
De Belgische transporteurs zullen globaal geen voordeel gehaald hebben uit de heropleving om financieel sterker te staan. De cijfers van de balansen van 2010 bevestigen dat de reserves die in 2009 uitgegeven werden, niet massaal weer opgebouwd zijn. 2012 begint dan ook met een rits vragen, te beginnen met het activiteitsvolume.
| 09/12/2011 | Claude Yvens
Download full article in PDF
|
|
|
|
| |
|
 |
|
|
|
|

|
|
| |
|